Uitverkiezing

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Uitverkiezing is het uitverkiezen, dat is kiezen uit, verkiezen boven anderen. Over de uitverkiezing wordt in de Bijbel dikwijls melding gemaakt. God heeft de Heer Jezus en andere mensen uitverkoren.

Van de Heer Jezus heeft God in het Oude Testament gezegd:

Jes. 41:9 Gij zijt Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren (SV)

De uitverkiezing door God kan mensen betreffen of groepen van mensen.

Uitverkiezing door God en Jezus. God de Vader kiest uit, maar ook de Heer Jezus doet dat. Van 'uitverkorenen van God' spreken Rom. 8:33, Col. 3:12, Tit. 1:1, vgl. Luc. 18:7 'Zijn uitverkorenen'. Van Jezus' uitverkorenen, 'zijn uitverkorenen', spreken Matth. 24:31, Marc. 13:27.

Mr 13:27  En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken van het einde van de aarde tot het einde van de hemel. (Telos)

Tijd van Gods uitverkiezing. God heeft ons uitverkoren 'vóór de grondlegging van de wereld'.

Efe 1:4  zoals Hij ons in Hem heeft uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde, Efe 1:5  terwijl Hij ons tevoren door Jezus Christus tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd heeft, naar het welbehagen van zijn wil, Efe 1:6  tot lof van de heerlijkheid van zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde, (Telos)

Uitverkiezing en bestemming. God kiest mensen uit tot een zekere bestemming. Die Hij uitkiest, heeft Hij voorbestemd. Uitverkiezing en voorbeschikking, voorbestemming (bestemming vooraf, predestinatie) horen bij elkaar (Rom. 8:28-33).

Onderscheiden van vóórweten. Van uitverkiezing moet vóórweten, vóórkennis onderscheiden worden. Als ik te voren weet dat een zekere schaatser de schaatswedstrijd zal winnen, houdt dat niet in dat ik hem voor iets uitverkoren heb, bijvoorbeeld om een maaltijd met hem te houden of om hem te huldigen. Weten sluit kiezen niet in, kiezen is een afzonderlijke handeling die op het weten kan volgen.

Uitverkoren mensen

Davids zoon Salomo was uitverkoren en voorbestemd tot een belangrijk werk (1 Kron. 28:6).

Ezau en Jakob. ln Romeinen 9 wordt het beginsel der verkiezing vermeld. God heeft het recht ieder van Zijn schepselen een bepaalde plaats op aarde aan te wijzen. Dit komt uit in de geschiedenis van Ezau en Jakob. God had bepaald dat Ezau Jakob moest dienen. Dat de Here Ezau haatte kwam omdat hij zich als een ongoddelijke gedroeg en heeft dus niets met de verkiezing te maken. Dit wordt dan ook pas ongeveer 1500 jaren na zijn sterven vermeld, Mal. 1:2-3.

Jezus. Ook de Heer Jezus, die als knecht des Heren wordt aangekondigd, is door God uitverkoren. God noemt hem 'Mijn Uitverkorene'. Er wordt dan op gewezen hoe Hij zich op aarde in grote getrouwheid en in afhankelijkheid van God zou openbaren. Jes. 42:1; Jes. 43:10. Toen de Heer Jezus als Mens zich te midden van het Joodse volk bewoog, is deze profetie ten volle vervuld, Matth. 12:18-21.

Saulus. Saulus werd door de Here uitverkoren tot een bijzondere dienst, Hand. 9: 15.

Gelovigen

Echter ook de gelovigen uit deze bedeling van de genade worden 'uitverkorenen', door God 'uitverkoren heiligen' en 'geliefden' genoemd. Niet zij, die wijs zijn in eigen ogen heeft God uitverkoren om tot Zijn Gemeente te behoren. maar integendeel hen, die in de wereld dwaas genoemd worden en hen, die zich van hun armoede bewust zijn en dus op geen vaste goederen kunnen steunen, 1 Cor. 1:27, Jac. 2:5.

Tevoren uitverkoren. God heeft ons uitverkoren 'vóór de grondlegging van de wereld' (Ef. 1:4).

Efe 1:4  zoals Hij ons in Hem heeft uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde, Efe 1:5  terwijl Hij ons tevoren door Jezus Christus tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd heeft, naar het welbehagen van zijn wil, Efe 1:6  tot lof van de heerlijkheid van zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde, (Telos)

Tevoren bestemd. God kiest de gelovigen uit voor een bepaald doel, een zeker bestemming, te weten 'dat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde' (Ef. 1:4, zie citaat hierboven), 'tot het zoonschap voor Zichzelf" (Ef. 1:5, zie citaat hierboven).

Ro 8:28 Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar zijn voornemen zijn geroepen. Ro 8:29 Want hen die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd om aan het beeld van zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Ro 8:30 En hen die Hij tevoren heeft bestemd, die heeft Hij ook geroepen; en die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt. (Telos)

Let in deze verzen op de volgorde: te voren kennen → te voren bestemmen → roepen → rechtvaardigen → verheerlijken. En merk ook op dat het alle handelingen zijn die wij mensen niet doen. Het is Gods werk. God kent te voren hen die tot geloof in de Heer Jezus zouden komen. Hij weet dat al voordat zij zich bekeren.

Weten of je uitverkoren bent. Een mens heeft vóór zijn bekering geen weet van zijn uitverkiezing. Dat vooraf kennen is Gods zaak. Gods voorkennis is niet onze menselijke voorkennis. Weten dat God mij heeft uitverkoren komt pas nadat ik aan Gods roepstem, dat ik mij moet moet bekeren en in de Heer Jezus geloven, heb gehoor en gevolg gegeven.

Weten wat God weet over mij is niet vereist om behouden te worden. Ik hoef alleen te weten dat God ook mij wil behouden en hoe ik behouden kan worden, namelijk door te geloven in de Heer Jezus. De gevangenbewaarder te Filippi wilde behouden worden, maar wist niet wat hij daarvoor moest doen. Hiernaar vroeg hij toen hij Paulus en Silas naar buiten had gebracht:

Hnd 16:30 En hij bracht hen naar buiten en zei: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? Hnd 16:31 En zij zeiden: Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis. (Telos)

Merk op dat Paulus en Silas niet antwoorden: "Wacht tot je weet dat je bent uitverkoren", maar: "Geloof in de Heer Jezus". Dát moest de man doen: geloven. Een illustratie. Iemand is in gevaar en staat voor een deur waarop staat 'Kom binnen en wordt behouden'. Hij beseft dat hij in gevaar is en gaat naar binnen. Binnengekomen ziet hij op de andere kant van de deur staan: 'Je bent te voren gekend en uitverkoren'. Dat kon hij niet weten, hij had alleen kennis van Gods roepstem. God riep omdat Hij wil dat alle mensen behouden worden.

1Ti 2:3 Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker; 1Ti 2:4 Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen. (SV)

1Ti 2:3 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, 1Ti 2:4 die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. (Telos)

De waarheid is dat God ons liefheeft en alle mensen gelukkig wil maken. Hiervoor zond Hij zijn Zoon. Deze is de Deur, door wie wij moeten ingaan.

Joh 10:9 Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden. (SV)

Joh 10:9 Ik ben de deur; als iemand door Mij binnengaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. (Telos)

Ook eenmaal binnen is het niet noodzakelijk tot je behoudenis om te weten dat je tevoren gekend en uitverkoren was. Het is mogelijk dat je niet omkijkt en leest wat er op de binnenzijde van de deur staat, maar doorloopt tot in de omhelzing van de Vader. Maar de Vader laat je vervolgens graag weten dat Hij je tevoren heeft gekend en heeft uitverkoren om op zijn Zoon te gaan lijken. Merk op dat Paulus enkele verzen na het hierboven aangehaalde gedeelte (Rom. 8: 28-30) de gelovigen 'uitverkorenen van God' noemt.

Ro 8:33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen uitverkorenen van God? God is het die rechtvaardigt; (Telos)

Wij gelovigen mogen weten dat we uitverkoren zijn.

Als je buiten bent, nog niet door de deur (Christus) binnen bent gegaan, nog niet persoonlijk op Hem je vertrouwen hebt gesteld, dan hoef je je niet bezig te houden met de uitverkiezing. Dat heeft geen zin, je schiet er niets mee op, ja, je kunt erdoor vastlopen. Je moet je bezighouden met jouw antwoord op Gods roepstem 'Kom tot Mij!'.

Weten of een ander uitverkoren is. Of een ander uitverkoren is, weten wij niet vóór diens bekering, maar alleen na zijn bekering, aan de uitingen van geloof en nieuw leven.

1Th 1:2 Wij danken God altijd voor u allen, terwijl wij u gedenken in onze gebeden, 1Th 1:3 onophoudelijk gedachtig aan uw werk van het geloof en uw arbeid van de liefde en uw volharding van de hoop op onze Heer Jezus Christus, tegenover onze God en Vader, 1Th 1:4 daar wij weten, door God geliefde broeders, dat u uitverkoren bent. (Telos)

Dat zij uitverkoren waren wist Paulus pas achteraf, na hun bekering.

Uitverkoren volken

Israël

Dikwijls wordt het volk Israël als „uitverkorenen" door God aangeduid. Uit het verband, waarin deze uitdrukking, blijkt dan dat dit volk een bijzondere positie inneemt, uitzonderlijke voorrechten geniet en onderscheiden is van andere volken. Ps.105:6, 43; Jes. 41:9 en andere plaatsen. Zoals het volk Israël in het oude testament met 'uitverkorenen' wordt aangeduid, zo vinden we dit ook in het nieuwe testament, Mark. 13:20; Op. 17:14.

Gemeente van Christus

Van de Gemeente wordt gezegd, dat zij uitverkoren is vóór de grondlegging der wereld in Christus, Ef. 1:4. Hij was het onberispelijk en vlekkeloze Lam, vóór de grondlegging der wereld door God gekend en in Hem werd toen reeds de Gemeente door God gezien, 1 Petr. 1:20.

Bij de prediking van het evangelie komen zovelen tot het geloof „als bestemd waren ten eeuwigen leven", Hand. 13:48. Daardoor wist de apostel Paulus ook, dat de gelovigen in Thessalonika verkoren, uitverkoren waren en daardoor weet iedere gelovige, dat God reeds aan hem gedacht heeft, voordat hij aan God kon denken, 1 Thess. 1:4. Het feit, dat de behoudenis verankerd ligt in de uitverkiezende genade van God geeft reden te over om Hem daarvoor te danken en elke twijfel uit te bannen, 2 Thess. 2:13.

Het protestants-theologische leerstuk van de uitverkiezing zegt dat de zaligheid alleen afhangt van de vrije keuze Gods, van Zijn voorbeschikking of predestinatie. In de rooms-katholieke kerk betekent 'uitverkiezing' een bijzondere roeping, met name tot het priesterschap of het kloosterleven, of, bij uitbreiding, roeping tot de kerk.[1]

Zie ook

Zekerheid van het geloof

Meer weten

W.J. Ouweneel, Wat is “de uitverkiezing''? Winschoten: Uit het Woord der Waarheid, 1974.

Bron

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?; enige belangrijke onderwerpen door Gods Woord belicht, deel II (Dordrecht, H. Moll, z.j.), blz. 14-15. Tekst hiervan is, onder toestemming, op 18 jan 2019 onder wijziging verwerkt.

Voetnoot

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.