Volder

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een volder of voller (Eng. fuller; Fr. foulon) is iemand die het vollen als beroep beoefent. Bij het vollen werd het weefsel, dat van een bleekmiddel was voorzien, met de voeten getreden. Het vollen was zwaar en vuil werk.

Schotse vrouwen aan het vollen, ca. 1770.

Het Griekse woord in de Bijbel is γναφευς, gnapheus, afgeleid van het werkwoord γναπτω, κναπτω, kammen (inz. van wol). Het woord komt één keer voor in het Nieuwe Testament, in Marc. 9:3.

In Zijn toekomstige verschijning zal de Heer Jezus zijn als ‘zeep van de vollers’

Mal 3:2 Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers. (SV)

Anderen vertalen: ‘zeep van de blekers’ (HSV), ‘loog van de blekers’ (NBG51, Naardense vertaling).

De Heer zal zijn volk reinigen, zuiveren.

Op de berg der verheerlijking werden de kleren van de Heer Jezus zeer wit, ‘zoals geen volder op aarde wit kan maken’ (Marc. 9:3).

Mr 9:3 en zijn kleren werden blinkend, hel wit, zoals geen volder op aarde wit kan maken.(TELOS)

Mr 9:3 En Zijn kleren werden blinkend, zeer wit, als sneeuw, zo wit als geen wolbewerker op aarde [ze] kan maken. (HSV)

Mr 9:3 En Zijn klederen werden blinkende, zeer wit als sneeuw, hoedanige geen voller op aarde [zo] wit maken kan. (SV)

Het Griekse woord is de vertaling van het Hebreeuwse woord kabas, wassen. De LXX vertaalt dit 3 maal met het Griekse woord γναφευς (gnapheus) in 2 Kon. 18:17; Jes. 7:3; 36:2.