Voorhangsel

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het voorhangsel of de voorhang (Du. Vorhang, Fr. voile, Eng. veil) van het Heilige der Heiligen is het doek dat voor dit vertrek hing en dat het afscheidde van het Heilige of voorste deel van de tabernakel en tempel (Exod.26:3 vv.; Lev.16:2 vv.). Ook voor het Heilige hing een voorhangsel, dat het afscheidde van de voorhof.

De twee voorhangsels waren buitengewoon prachtig (Ez. 26:31-37). Zij hingen aan houten met goud overtrokken zuilen. Voor het Heilige stonden vijf zuilen, voor het Allerheiligste vier op zilveren voetstukken. De voorhangsels hingen van boven aan gouden haken.

Plattegrond van de tabernakel. De golvende lijnen stellen de voorhangsels voor.

Voorhangsel van het Heilige

Aan de ingang der woning, de oostzijde, was het eerste voorhangsel, in het Hebreeuws masakh geheten, van dezelfde stof, maar zonder afbeeldingen van Cherubs. Dit voorhangende "deksel" (Ex. 36:37) was geborduurd van fijn getweernd linnen, hemelsblauwe (blauwpurperen), purperen (roodpurperen) en scharlaken draden.

Het hing aan vijf vergulde, acaciahouten pilaren. Ook aan deze pilaren waren gouden haken bevestigd, welke door gouden staven of roeden (Hebr. chasehukim; Ex. 36:38 Statenvert. „banden") verbonden waren, waaraan dan dit Voorhangsel hing. Sommige uitleggers denken aan ringen, welke als kransen de pilaren versierden. In elk geval was het doelmatiger, dit Voorhangsel, dat dikwijls moest geopend worden, niet, als dat, hetwelk het Heilige van het Heilige der Heiligen scheidde, direct in de haken op te hangen, maar aan een staaf of roede, zodat het bij het in- en uitgaan gemakkelijk heen en weer geschoven kon worden. Uit Ex. 36:38 schijnt tevens te volgen, dat deze pilaren aan de ingang niet, zoals volgens Ex. 26:37 schijnt, in hun geheel, maar dat alleen de kapitelen met goud overtrokken werden. De pilaren stonden op koperen voetstukken (die van de binnenste voorhang stonden op gouden voeten). 

Voorhangsel van het Allerheiligste

De binnenruimte van de heilige Woning werd in twee afdelingen afgedeeld door een Voorhangsel of Voorhang (Hebr. parocheth d. i. scheiding).  

Heb 9:3 En achter het tweede voorhangsel was een tabernakel, het heilige der heiligen geheten, (TELOS)

Dit tweede voorhangsel diende tot scheiding en tot bedekking (afscherming) van de ark. Vandaar de uitdrukking 'voorhang van het deksel' (SV), 'voorhangsel ter bedekking' (NBG51). 'voorhangsel ter afscherming' (HSV). 

Ex 40:21 En hij bracht de ark in den tabernakel, en hij hing den voorhang van het deksel op, en bedekte de ark der getuigenis, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had. (SV)

Het was van dezelfde stof, kleur en maaksel als het byssuskleed, het onderste dekkleed. Het was dus van hemelsblauw, purper, scharlaken en fijn getweernd linnen, van "het allerkunstigste werk" (Ex. 36:35), met afbeeldingen van cherubs erop.

Deze voorhang hing onder de verbinding van de beide delen van het onderste dekkleed, dus 20 ellen van de ingang en 10 van de achterkant. Hij was door middel van gouden haken opgehangen aan vier met goud overtrokken acaciahouten kolommen of pilaren, die op gegoten zilveren voetstukken rustten (Ex. 36:36). 

Ieder voetstuk was vervaardigd van een talent zilver (Ex . 38, 27), waaruit men terecht heeft afgeleid dat hun omvang de helft van een berd bedroeg; of zij rond dan wel cylindervormig of vierkarit waren, wordt niet gezegd; de uitdrukking “pilaar of kolom" past op elke vorm; voor een vierkanten vorm pleit, dat de Tabernakel volstrekt geen ronde vormen kent.

Dit binnenste voorhangsel is aan het andere, dat van het Heilige, nagenoeg gelijk, maar met dit verschil, dat het niet geborduurd, maar geweven was.  

Zinnebeeldige betekenis

Toen de Heiland stierf, scheurde het voorhangsel van het Allerheiligste. Drie evangeliën vermelden dit opzienbarende feit.  

Mt 27:51 En zie, het voorhangsel van het tempelhuis scheurde van boven naar beneden in tweeen; en de aarde beefde en de rotsen scheurden.
Mr 15:38 En het voorhangsel van het tempelhuis scheurde in tweeen, van boven naar beneden.
Lu 23:45 daar de zon ophield te schijnen. Het voorhangsel van het tempelhuis nu scheurde doormidden.

(TELOS)

Het voorhangsel scheurde, toen de Heer Jezus stierf.

Het voorhangsel scheurde van boven naar beneden. Het was alsof God Zelf de handeling van het scheuren verrichtte. Het voorhangsel scheurde doormidden (Luc. 23:45), alsof de toegang werd vrijgegeven. Het voorhangsel werd niet verwijderd, maar gescheurd. Tussen de gescheurde helften kon men ingaan.

Dit voorhangsel, dat in de tabernakel en naderhand in de tempel het allerheiligste verborg, wordt in Hebr. 10:20 vergeleken met het lichaam van Jezus. Want zijn vlees was het voorhangsel, door welker scheuring (dood) het Allerheiligste, de onmiddellijke gemeenschap met God geopend werd voor de door Jezus Christus, door middel van de offerande van zijn lichaam verloste en geheiligde mensen.

Heb 10:19 Daar wij dus, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,
Heb 10:20 langs de nieuwe en levende weg die Hij ons heeft ingewijd door het voorhangsel heen, dat is zijn vlees,
Heb 10:21 en wij een grote priester over het huis van God hebben,
Heb 10:22 laten wij naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, de harten door besprenkeling gezuiverd van het kwaad geweten en het lichaam gewassen met rein water.
(TELOS)

Door het voorhangsel heen, dat het vlees van Jezus' lichaam zinnebeeldig voorstelt, heeft de Middelaar ons een nieuwe en levende weg ingewijd. Door of krachtens Zijn bloed mogen wij op deze nieuwe weg vrijmoedig ingaan en naderen.

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Voorhangsel, Tabernakel. Hieruit is op 2 april 2016 tekst genomen en verwerkt.

Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften, s.v. Tabernakel. Utrecht: Kemink & Zoon, z.j. Hieruit is in juli 2012 tekst gebruikt.