Weer

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het weer is de toestand van de dampkring wat temperatuur, vochtigheid, luchtdruk, bewolking en wind betreft[1]. Het weer valt onder Gods bestuur en voorzienigheid.

Het gemiddelde weer in enkele decennia noemen wij het klimaat.

Gods macht

God heeft macht over het weer.

Ps 135:7  Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort. (SV)

Zon

De zon is een factor van grote betekenis in weer en klimaat. De zon is van God en Hij laat die opgaan en ondergaan.

Mt 5:45  opdat u zonen wordt van uw Vader die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (Telos)

Regendruppels op het raam

Regen

Neerslag, zoals regen, is medebepalend voor het weer. God laat het regenen. Regen is een zegen, een gave uit de hemel.

Hnd 14:17  hoewel Hij Zich niet onbetuigd heeft gelaten in goeddoen, door u uit de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en uw harten te vervullen met voedsel en vreugde. (Telos)

God geeft de regen op bepaalde tijden.

Le 26:4  Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven; (SV)

De 11:14  Zo zal Ik den regen uws lands geven te zijner tijd, vroegen regen en spaden regen, opdat gij uw koren, en uw most, en uw olie inzamelt. (SV)

De 28:12  De HEERE zal u opendoen Zijn goeden schat, den hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; ... (SV).

Na een meerjarige periode van droogte, in de tijd van de goddeloze koning Achab en zijn vrouw goddeloze Izébel en de godvrezende profeet Elia, gaf God weer regen.

1Kon 18:1  En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem. (SV)

Jak 5:17  Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde. Jak 5:18  En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort. (Telos)

De psalmist belijdt God dat de regen schenkt:

Ps 68:9  (68-10) Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden. (SV)

Ps 147:8  Die de hemelen met wolken bedekt, Die voor de aarde regen bereidt; Die het gras op de bergen doet uitspruiten; (SV)

Dat God de regen geeft, die onontbeerlijk is voor het gewas, voor mens en dier, betekent dat wij van Hem afhankelijk zijn. De valse goden kunnen ons geen regen geven.

Jer 14:22  Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen. (SV)

Het is goed Hem, van wie wij voor ons leven afhankelijk zijn, te vrezen. Helaas maakt niet iedereen deze gevolgtrekking:

Jer 5:24  En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart. (SV)

Schilderij Gathering Storm, Ivan Konstantinovich Aivazovsky, 1899

Wind

God bracht een oostenwind in Egypteland. De wind bracht sprinkhanen, die tot een plaag werden.

Ex 10:13  Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht. (SV)

Later bestuurde God een westenwind, die de sprinkhanen afvoerde en in de Schelfzee wierp.

Ex 10:19  Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte. (SV)

Jahweh zette een sterkte oostenwind in om de zee, over welks bodem de Israëlieten moesten gaan, droog te maken:

Ex 14:21 Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. (SV)

God wendde de wind aan om de zee terug te doen komen en de achtervolgers van Israël te doen ondergaan.

Ex 15:10  Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren! (SV)

God kan een stormwind doen opstaan.

Ps 107:25  Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft. (SV)

En Hij kan de storm stillen:

Ps 107:29  Hij doet den storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen. Ps 107:30  Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn, en dat Hij hen tot de haven hunner begeerte geleid heeft. Ps 107:31  Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen; (SV)

God kan een grote wind op de zee werpen. In de geschiedenis van Jona geeft ons daarvan een voorbeeld:

Jon 1:4  Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken. (SV)

God deed ook in zijn weg met Jona een oostenwind opkomen:

Jon 4:8  En het geschiedde, als de zon oprees, dat God een stillen oostenwind beschikte; en de zon stak op het hoofd van Jona, dat hij amechtig werd; en hij wenste zijner ziel te mogen sterven, en zeide: Het is mij beter te sterven dan te leven. (SV)

Engelen en Satan

Meerdere bliksemschichten

In de hemelse gewesten zijn overheden en machten (Ef. 3:10).

Engelen

Dat ook de engelen een rol kunnen spelen in het onderhouden van het weer, blijkt uit dit vers:

Opb 7:1  Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom. (Telos)

Satan

De satan - een gevallen engel, die ook, onzichtbaar voor ons oog, op de aarde kan rondgaan (Job 1:7) - kan het weer aanwenden ten kwade voor mensen. Hij zond de bliksem om Job z'n schapen - zevenduizend in getal! Job 1:3 - en hun hoeders te doden. Een boodschapper meldde het ongeluk:

Job 1:16  Als deze nog sprak, zo kwam een ander, en zeide: Het vuur Gods viel uit den hemel, en ontstak onder de schapen en onder de jongeren, en verteerde ze; en ik ben maar alleen ontkomen, om het u aan te zeggen. (SV)

Satan deed ook een grote woestijnwind opkomen, die het huis, waarin al de tien kinderen van Job verbleven, deed instorten. Een vreselijke ramp. Een andere boodschapper bracht de onheilstijding:

Job 1:18  Als deze nog sprak, zo kwam een ander, en zeide: Uw zonen en uw dochteren aten, en dronken wijn, in het huis van hun broeder, den eerstgeborene; Job 1:19  En zie, een grote wind kwam van over de woestijn, en stiet aan de vier hoeken van het huis, en het viel op de jongelingen, dat ze stierven; en ik ben maar alleen ontkomen, om het u aan te zeggen. (SV)

Satan kan niet meer doen dan God hem toelaat te doen. Waarom God kwaad toelaat, is een moeilijk probleem. Maar Zijn wegen zijn hoger dan de onze, en Zijn gedachten hoger dan de onze. Hij doet alle dingen meewerken ten goede. Dat bewijst ook de geschiedenis van Job.

Jezus' macht

De Heer Jezus heeft de macht over het weer. Iets van zijn macht heeft Hij aan zijn leerlingen getoond:

Mt 8:24  En zie, er ontstond een grote onstuimigheid op de zee, zodat het schip door de golven werd bedekt; Hij echter sliep. Mt 8:25  En zijn discipelen gingen naar Hem toe, wekten Hem en zeiden: Heer, behoud ons, wij vergaan! Mt 8:26  En Hij zei tot hen: Waarom bent u angstig, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en er ontstond een grote stilte. Mt 8:27  De mensen nu verwonderden zich en zeiden: Wat voor Iemand is Deze, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen? (Telos)

Opmerkelijk is dat de Heer Jezus lag te slapen, alsof de storm Hem niet kon beangstigen of verontrusten. Bij een andere gelegenheid waren Jezus' leerlingen in nood op het meer. Jezus, die op het land was, zag hen en kwam over de zee naar hen toe. Toen hij in het schip kwam, ging de wind liggen. Alsof de wind zich aan Hem onderwierp, hoewel wij niet lezen dat Hij de wind toen bestrafte.

Mr 6:51  En Hij klom bij hen in het schip en de wind ging liggen; en zij waren innerlijk bovenmate zeer buiten zichzelf en verwonderden zich; (Telos)

In noodweer op de Middellandse zee

In Handelingen 27 wordt ons verhaald van noodweer op de Middellandse Zee. Ondanks de waarschuwing door Paulus, dat de vaart met ongemak en grote zou plaatsvinden, besloot de hoofdman weg te varen van Kreta. Het scheen aanvankelijk gunstig, maar niet lang daarna verandert het in noodweer.

Hnd 27:13  En toen er een zachte zuidenwind opstak, meenden zij hun voornemen te hebben bereikt, en na het anker te hebben gelicht voeren zij dicht langs de kust van Kreta. Hnd 27:14  Niet lang daarna echter sloeg vanaf het eiland een stormwind neer, Euraquilo geheten. Hnd 27:15  En toen het schip werd meegesleurd en de kop niet in de wind kon houden, gaven wij het op en lieten ons drijven. (...) Hnd 27:18  Daar wij nu hevig door de storm werden geteisterd, wierpen zij de volgende dag lading overboord; (...) Hnd 27:20  Toen er nu vele dagen geen zon en geen sterren waren te zien en de niet geringe storm aanhield, werd alle hoop dat wij behouden zouden worden, ons verder benomen. (...) Hnd 27:24  en hij zei: Wees niet bang, Paulus, u moet voor de keizer verschijnen; en zie, God heeft u allen geschonken die met u varen. (Telos)

De les van deze geschiedenis is dat God, die gevaarlijke weersomstandigheden kan beschikken of toelaten, ons ook kan bewaren.

Klimaatverandering en het weer

Volgens een wetenschappelijke studie van NASA doet de opwarming van de aarde het aantal zware onweders en regenval in tropische gebieden toenemen. Daar de opwarming van de Aarde momenteel 0,13 graden per decennium bedraagt, verwacht de onderzoeker dat het aantal stormen elk decennium met 6 procent zal stijgen[2]. Zie Klimaatverandering voor het hoofdartikel.

De gelovige en het weer

Als christenen hebben wij, in het licht van bovenstaande, te beseffen:

  • dat God het weer in zijn hand heeft.
  • dat regen en wind nuttig zijn. Regen is een zegen. Het gezegde "Wie moppert op het weer, moppert op de Heer" bevat een kern van waarheid. Laten we, anders dan de wereld, regenachtig weer niet bij voorbaat of onnadenkend 'slecht weer' noemen.
  • dat, aangezien God het weer beheerst en kan veranderen, wij mogen bidden om verandering als dat nodig is, bijvoorbeeld om regen, zoals Elia deed.
  • dat, wanneer het weer onstuimig of anderszins gevaarlijk wordt, dat God ons kan behoeden en behouden. We leren dat uit de voorvallen van de storm op het meer van Galilea en uit de geschiedenis van de door Paulus geleden schipbreuk.
  • dat God ook het klimaat, het gemiddelde weer, beheerst, ook al zijn vele mensen bezorgd over de opwarming van de aarde.
  • dat wij rentmeesters van de goederen en onze leefomgeving op aarde. Als wij merken dat ons handelen het klimaat ongunstig beïnvloedt, moeten we ons gedrag wellicht aanpassen.

Zie ook

Droogte | Hitte | Klimaatverandering

Voetnoten

  1. Volgens het online woordenboek van Van Dale, zie https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/weer
  2. Volgens een nieuwsbericht van dec. 2008.