Wekenfeest

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Feest der Weken of Wekenfeest (Hebr. Sjavoeot) of Feest van de oogst (Ex. 23:16) is een hoogtijd door God is ingesteld voor zijn volk Israël. Het feest werd gehouden zeven volle weken na het feest van de Eerstelingsgarve. Zie Ex. 23; Lev. 23:15-21; Num. 28:26.

Het huidige Joodse Wekenfeest gaat terug op het bijbelse Wekenfeest, maar is anders. Over het Joodse wekenfeest, zie Sjavoeot.

'Dag der eerstelingen'. De dag van het Wekenfeest wordt ook genoemd 'de dag der eerstelingen', Num. 28:26.

'Pinksteren'. Het wekenfeest werd later Pinksterfeest of Pinksteren genoemd. Pinksteren komt van het Griekse pentecoste, vijftigste (dag), omdat het gehouden werd op de 50e dag geteld vanaf Eerstelingsgarve.

Tijd. Het Feest der Weken werd gehouden in de 3e maand van de godsdienstige kalender, op de 50e dag gerekend van de dag van het eerste oogstfeest, het Feest van de Eerstelingsgarve, in de 1e maand.

Le 23:15 Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn; Le 23:16 Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE offeren. (SV)

Het feest valt dan ook op de 6e dag van de Joodse maand Siwan, rond 20 mei.

Plaats: Jeruzalem. Het feest moest gevierd worden in de plaats die de HEER verkozen had om daar Zijn naam te doen wonen, namelijk in Jeruzalem (Deut. 16:11), waar het huis van de HEER was (Ex 23:19). Het was dan ook één van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten (Ongezuurde Broden, Wekenfeest, Loofhuttenfeest) waarvoor alle mannen van Israël voor het aangezicht van de HEER moesten verschijnen te Jeruzalem (Ex. 23:14-17; 34:22-23).

Eerstelingen van de tarweoogst. De dag van het Wekenfeest is 'de dag der eerstelingen', Num. 28:26.

Nu 28:26 Insgelijks op den dag der eerstelingen, als gij een nieuw spijsoffer den HEERE zult offeren na uw weken, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen. (SV)

Evenals het feest der eerstelingsgarve was ook het feest der weken een feest der eerstelingen. Ging het bij het eerste feest om eerstelingen van de gersteoogst, bij het tweede feest ging het om eerstelingen van de tarweoogst.

Ex 34:22 Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar om is. Ex 23:19 De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder. (SV)

Ex 23:16 En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. (SV)

Spijsoffer. Op de dag der eerstelingen moest een nieuw spijsoffer aan Jhwh worden gebracht. Het volgde zeven weken na het spijsoffer van de eerstelingsgarve.

Le 23:15 Daarna zult gij u tellen van den anderen dag na den sabbat, van den dag, dat gij de garf des beweegoffers zult gebracht hebben; het zullen zeven volkomen sabbatten zijn; Le 23:16 Tot den anderen dag, na den zevenden sabbat, zult gij vijftig dagen tellen, dan zult gij een nieuw spijsoffer den HEERE offeren. (SV)

Nu 28:26 Insgelijks op den dag der eerstelingen, als gij een nieuw spijsoffer den HEERE zult offeren na uw weken, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen. (SV)

Beweegbroden. Het spijsoffer bestond uit twee beweegbroden. De beweegbroden waren tarwebroden.

Le 23:17 Gijlieden zult uit uw woningen twee beweegbroden brengen, zij zullen van twee tienden meelbloem zijn, gedesemd zullen zij gebakken worden; het zijn de eerstelingen den HEERE. (SV)

Merk op dat ze gedesemd moesten zijn.

Bijkomende offers. Met het brood moesten bloedige dieroffers worden geofferd. Deze bijkomende offers waren een brandoffer, een zondoffer en een dankoffer (Lev. 23:18-19).

Le 23:18 Gij zult ook met het brood zeven volkomen eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. Le 23:19 Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden. (SV)

Beweegoffer. Het beweegoffer, dat de priester bewoog voor Gods aangezicht, was: het brood der eerstelingen, het zondoffer (geitenbok) en het dankoffer (twee lammeren) (Lev. 23:20)

Le 23:20 Dan zal de priester dezelve met het brood der eerstelingen [ten] beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN, met de twee lammeren bewegen; zij zullen den HEERE een heilig ding zijn, voor den priester. (SV)

Vrijwillige gave. Van de Israelieten werd een vrijwillige gave verlangd, naar de ontvangen zegen (Deut. 16:10; Ex. 23:19).

Vrolijk. Het feest der weken moest, evenals Loofhuttenfeest in de 7e maand, een vrolijk feest zijn (Deut. 16:11-12).

Gedachtenis. Het Feest der weken behelst tevens een gedachtenis aan de geleden slavernij in Egypte (Deut 16:10-12).

Samenkomst, rustdag. Op de dag van het feest vond een heilige samenkomst plaats, die tevens een rustdag was, waarop geen dienstwerk verricht mocht worden (Lev. 23:21).

Nu 28:26 Insgelijks op den dag der eerstelingen, als gij een nieuw spijsoffer den HEERE zult offeren na uw weken, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen. (SV)

Overige offers. Op de dag van de eerstelingen moesten behalve de genoemde offers, die het beweegoffer vergezelden, ook andere offers gebracht worden, Num. 28:27-31.

Nu 28:27 Dan zult gij den HEERE een brandoffer ten liefelijken reuk offeren: twee jonge varren, een ram, zeven eenjarige lammeren; Nu 28:28 En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tienden tot een var, twee tienden tot een ram; Nu 28:29 Tot elk een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe; Nu 28:30 Een geitenbok, om voor u verzoening te doen. Nu 28:31 Behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, zult gij ze bereiden; zij zullen u volkomen zijn met hun drankofferen.  (SV)

Deze offers zijn precies dezelfde, in aard en aantal, als op elke dag van het feest van de Ongezuurde Broden en op de eerste dag van de maand. Volgens Keil[1] werden ze ná het dagelijks morgenoffer ('het durig brandoffer en zijn spijsoffer', vers. 31) gebracht en vóór de offers die de aangeboden eerstelingen moesten begeleiden.

Type en vervulling 

Op de dag van het Wekenfeest (Pinksterdag) is de Heilige Geest neergedaald en zijn de gelovige discipelen samengevoegd tot één Lichaam. Zij waren het begin van de oogst. De gelovigen worden uit tweeën één: uit Joden en Grieken (heidenen) samengevoegd tot één geheel, tot een nieuwe mens.

Voorzover wij door het zaad van het evangeliewoord zijn voortgebracht en deel hebben aan de Heer Jezus, de Eersteling, zijn wij als gelovigen een eersteling van Gods schepselen. Wij vormen het eerste deel van de oogst.

Jak 1:18 Naar zijn wil heeft Hij ons voortgebracht door het woord van de waarheid, opdat wij in zekere zin een eersteling van zijn schepselen zouden zijn. (TELOS)

Voetnoot

  1. Aangehaald in: Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Num. 28:27.