Wetteloosheid

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wetteloosheid is de toestand dat (1) er geen wetten gelden of (2) veel wetten niet in acht worden genomen.

Woorden die ongeveer hetzelfde betekenen als ‘wetteloosheid’ in de eerste betekenis zijn: regeringloosheid, anarchie.

Het Griekse woord in het Nieuwe Testament is ανομια, anomia ​(klemtoon op de laatste lettergreep). Het Strongnummer is 458. Anomia komt van anomos, ανομος, wetteloos; a = zonder, nomos = wet. Het betekent[1]:

  1. de toestand van zonder wet te zijn a) vanwege onbekendheid ermee en/of b) vanwege schending ervan
  2. minachting of schending van de wet, wetteloosheid, onwettige daad

In het algemeen is de ongerechtigheid, die zich aan geen wet stoort, voor wie de goddelijke wet als niet bestaat, wetteloosheid[2]. De Statenvertaling vertaalt 'anomia' door 'ongerechtigheid'; de Herziene Statenvertaling, op enkele verzen na, door 'wetteloosheid'.

De zonde is de wetteloosheid, zegt de Schrift.

1Jo 3:4 Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. (TELOS)

Karl August Dächsel omschrijft: "Een ieder, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid, die maakt zich schuldig aan afwijking van de wet, want de zonde, van welke aard die ook is, hoe en wanneer en door wie ook gepleegd, is de ongerechtigheid, is afwijking van de wet en schending van de heilige ordening van God."[3] De Engelse predikant Philip Doddridge merkte hierbij op: "Want de zonde is de ongerechtigheid, of de overtreding van de wet. Of liever schending van de wet, als een woord van meer nadruk dan overtreding en meer overeenkomende met ανομια, dat betekent, niet alleen een overtreding van de grenzen van Gods wet, maar een poging, als het mogelijk was, om die te vernietigen en uit te roeien."[4]

Inwendige wetteloosheid. De Heer Jezus verweet de schriftgeleerden en farizeeën:

Mt 23:28  Zo ook u, van buiten schijnt u de mensen wel rechtvaardig, maar van binnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid. (Telos)

De mensen van Sodom deden wetteloze werken. Lot leed eronder.

2Pe 2:8  (want deze rechtvaardige heeft, toen hij in hun midden woonde, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel door het zien en horen gekweld met hun wetteloze werken) (Telos)

Bileam vertoonde wetteloosheid.

2Pe 2:16  maar een berisping voor zijn eigen wetteloosheid kreeg: het stomme lastdier dat met mensenstem sprak, verhinderde de dwaasheid van de profeet. (Telos)

De Heer haat wetteloosheid.

Heb 1:9  U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen’. (Telos)

Oude mens. Een kenmerk van de oude mens is zijn wetteloosheid.

Ro 6:19  (Ik spreek menselijkerwijs, om de zwakheid van uw vlees.) Want zoals u uw leden hebt gesteld in slavernij van de onreinheid en de wetteloosheid tot de wetteloosheid, stelt nu zo uw leden in slavernij van de gerechtigheid tot heiliging. (Telos)

Wetteloosheid lokt uit, leidt tot, wetteloosheid. "De wetteloosheid tot de wetteloosheid". Zij is een neergaande spiraal. Een gelovige kan niet met een ongelovige onder een ongelijk juk gaan, bijvoorbeeld een ongelijk huwelijksjuk.

2Co 6:14  Gaat niet met ongelovigen onder een ongelijk juk. Want welk deelgenootschap hebben gerechtigheid en wetteloosheid? Of welke gemeenschap heeft licht met duisternis? (Telos)

Verlossing en vergeving. De Heer Jezus wil zondaars verlossen van wetteloosheid.

Tit 2:14  die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken. (Telos)

Wetteloosheden kunnen door God vergeven worden.

Ro 4:7 ‘Gelukkig zij van wie de wetteloosheden vergeven en van wie de zonden bedekt zijn. Ro 4:8 Gelukkig de man van wie de Heer de zonde geenszins toerekent’. (TELOS)

Eindtijd

Wetteloosheid is een der kenmerken van de eindtijd, d.i. de tijd die kort aan de wederverschijning van de Heer Jezus in de wereld voorafgaat.

De Heer voorzegd dat de wetteloosheid zal toenemen in de tijd die aan zijn terugkomst voorafgaat.

Mt 24:12 En omdat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van de velen verkoelen. (TELOS)

Die tijd zal - naast vele valse christussen en profeten, oorlogen, geruchten van oorlogen, onlusten, hongersnoden, aardbevingen, epidemieën, verdrukking en vermoording van de gelovigen – een vermenigvuldiging van de ongerechtigheid en wetteloosheid zien. Wetten worden veronachtzaamd, men houdt zich er niet meer aan. De toekomstige onlusten zullen wetteloze uitingen hebben, zoals, naar verwachting, plunderingen en mishandelingen.

Het gevolg van de toenemende wetteloosheid zal zijn dat de liefde "van de velen" zal verkoelen. Dat de liefde verkoelt als gevolg van wetteloosheid, kan men illustreren door het verkeer van weggebruikers. Als velen de verkeersregel aan hun laars lappen, bijv. door rood licht rijden, te snel of wild rijden en geen voorrang verlenen, dan zal de onzekerheid, de onveiligheid, het onbegrip, de ergernis en de agressie in het verkeer toenemen. De wellevendheid en vriendelijkheid zullen afnemen en de liefde zal verkillen.

Misschien heeft de Heer, toen hij de verkoeling van veler liefde voorzegde, in de eerste plaats de natuurlijke mensenliefde in het volk Israël op het oog gehad, omdat het tekstverband een Joods karakter heeft (valse Christussen, evangelie van het Koninkrijk, gruwel van de verwoesting, Judea, tempel, sabbat, grote verdrukking, woestijn). Sommige uitleggers[5] echter denken aan de liefde in het christelijke volk. Wat hun onderlinge liefde betreft, zie bijvoorbeeld:

Heb 6:10 Want God is niet onrechtvaardig om uw werk te vergeten en de liefde die u betoond hebt voor zijn naam, doordat u de heiligen gediend hebt en dient. (TELOS)

Heb 10:24 en laten wij op elkaar achtgeven tot aanvuring van liefde en goede werken; (TELOS)

Heb 13:16 En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welbehagen. (TELOS)

Ook in de gemeente zal een zekere tucht- en wetteloosheid indringen[6]. Dit gevaar is altijd aanwezig geweest:

Heb 12:16 dat niet iemand een hoereerder is of een ongoddelijke zoals Ezau, die voor een gerecht zijn eerstgeboorterecht verkocht, (TELOS)

Heb 13:4 Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en het huwelijksleven onbezoedeld, want hoereerders en overspelers zal God oordelen. (TELOS)

Heb 13:17 Weest aan uw voorgangers gehoorzaam en weest hun onderdanig, want zij waken over uw zielen als degenen die rekenschap zullen afleggen, opdat zij dit met vreugde en niet zuchtend doen, want dat is voor u niet nuttig. (TELOS)

De wetteloosheid van de eindtijd verpersoonlijkt worden in de Mens der zonde, de Zoon van het verderf. Deze Wetteloze en zijn wetteloosheid is thans (anno 2020) een verborgenheid, maar zij zal openbaar worden als de Weerhouder (waarschijnlijk de Heilige Geest met de Gemeente) wordt weggenomen.

2Th 2:7  Want de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al. Alleen hij die nu tegenhoudt, blijft totdat hij weggenomen wordt. 2Th 2:8  En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer Jezus zal verteren door de adem van zijn mond en ten niet doen door de verschijning van zijn komst; (Telos)

De Heer Jezus, wanneer hij in de wereld verschijnt, zal de Wetteloze verteren (2 Thess. 2:8) en de wettelozen ten gerichte doen verzamelen (Matth. 13:41).

Mt 13:41  De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn koninkrijk verzamelen alle aanleidingen tot vallen en hen die de wetteloosheid doen, (Telos)

De Heer zal valse profeten en valse wonderdoeners afwijzen:

Mt 7:23  En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid! (Telos)

Voetnoten

  1. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. D. Harting, Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament, onderdeel van de Online Bible (Importantia).
  3. Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op 1 Joh. 3:4.
  4. Aangehaald in Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op 1 Joh. 3:4. Het woord 'palen' in het citaat in Dächsel is in Christipedia vervangen door 'grenzen'.
  5. Zo bijv. Karl August Dächsel in: Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Matth. 24:12. 
  6. Aldus Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Matth. 24:12.