Wijnruit

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De wijnruit (Ruta graveolens) is een halfheester die behoort tot het plantengeslacht Ruit (Lat. Ruta, Du. Raute; Eng. Rue; Fr. Rue) van de meer omvattende wijnruitfamilie (Rutaceae). De wijnruit komt in het wild voor in de bossen van het land Israël. Het sterkriekende kruid werd door de Joden bij hun spijzen gebruikt en in hun tuinen gekweekt. Het had ook een geneeskundige toepassing.

De struik wordt ongeveer 60 cm hoog (kan een hoogte van 1,2 meter bereiken) en toont dikke, vlezige blauwgrijsachtige bladeren.

Wuinruit (Ruta graveolens)

Het Griekse woord in het Nieuwe Testament is πηγανον, peganon (klemtoon op de eerste lettergreep). Het Strongnummer is 4076. Het Griekse woord komt alleen voor in Luc. 11:42.

De Herziene Statenvertaling, De Leidse vertaling, de TELOS-vertaling, de Nieuwe Bijbeltaling (NBV), de Willibrord-vertaling en de Naardense vertaling hebben ‘wijnruit’. De NBG51-vertaling heeft ‘ruit’.

De Farizeeën, die meer oog en ijver hadden voor uitwendige

vroomheid, gaven ook - boven de Wet uit - van de wijnruit een tiende (Luk. 11:42). De Heer Jezus zei tot hen:

Lu 11:42 Maar wee u, farizeeen, want u geeft tienden van de munt, de wijnruit en alle groente, en u gaat voorbij aan het oordeel en de liefde van God. Deze dingen nu zou men moeten doen en de andere niet nalaten. (TELOS)

De wijnruit hoefde volgens de Joodse Misjna (2, 1320) niet vertiend te worden.

Bron

Griekse Nederlands Lexikon (ed. 2013), onderdeel van de Online Bijbel (Importantia)

Meer informatie

Art. Wijnruit op Wikipedia