Zebedeüs

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zebedeüs was de vader van de apostelen Jakobus en Johannes en waarschijnlijk de man van Salóme. Hij was een visser aan de Galilese zee, te Kapernaüm of te Bethsaïda woonachtig.

Naam. Zijn naam is de Griekse vorm (Ζεβεδαιος, Zebedaios) van de Hebreeuwse eigennaam Zabdi (Hebr. Zabdiy = schenking) en betekent ‘mijn gave’, ‘mijn gift’. ‘Zebedeüs’ komt 12x in het Nieuwe Testament voor. In het Engels is de naam Zebedee, in het Duits Zebedäus, in het Frans Zébédée. Hij wordt steeds genoemd als de vader van Johannes en/of Jakobus.

Jakobus en Johannes verstellen netten. (c) LUMO Project.

Zebedeüs was met zijn beide zonen bezig om de visnetten te verstellen, toen Jezus langs kwam en zijn zonen riep.

Mt 4:21  En toen Hij vandaar verder was gegaan, zag Hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en zijn broer Johannes, terwijl zij in het schip met hun vader Zebedeus bezig waren hun netten te verstellen. En Hij riep hen; Mt 4:22  en zij lieten terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem. (Telos)

Zebedeüs had ook knechten.

Mr 1:20  En terstond riep Hij hen; en zij lieten hun vader Zebedeus in het schip achter met de knechten en gingen weg, Hem achterna. (Telos)

De Heer Jezus wilde zijn beide zonen gebruiken en hen - evenals de vissers Simon en zijn broer Andreas, die Hij even hiervoor had geroepen - vissers van mensen maken (Matth. 4:18-19).

Jakobus, waarschijnlijk de oudste van de twee, was na de Pinksterdag de eerste apostel die als martelaar zou sterven. Johannes zou een lang leven krijgen in dienst van zijn Meester.

Dat Zebedeüs knechten had en zijn zonen dikwijls met de naam van hun vader genoemd worden, kan erop wijzen dat Zebedeüs bekend was in de streek waar zij woonden en, gezien de knechten, dat hij met zijn vissersbedrijf in goeden doen was.

Iemand schreef naar aanleiding van de achterlating van Zebedeüs: "Maar hier zien wij het offer van Zebedeüs. Hij is niet geroepen, maar hij laat zijn zonen gaan en blijft zelf achter. Hij zwijgt. Een geweldig voorbeeld voor ons."[1]

Hij was waarschijnlijk gehuwd met Salóme (zie aldaar). Zij was met haar beide zoons en andere vrouwen Jezus gevolgd naar Jeruzalem, om Hem te dienen. Daar was zij getuige geweest van het lijden van de Heer aan het kruis.

Mt 27:55  Nu waren daar vele vrouwen die uit de verte toezagen, die Jezus waren gevolgd van Galilea om Hem te dienen;  Mt 27:56  onder hen was Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs. (Telos)

Als hij nog leven was toen zijn vrouw Jezus volgde naar Jeruzalem, had hij ook zijn vrouw (tijdelijk) moeten afstaan terwille van het Koninkrijk van God.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Zebedeüs' is op 16 aug. 2014 verwerkt.

Voetnoot

  1. Lichtstralen uit het Woord, 18 okt 2005. Dit is een Bijbels dagboek.